Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 7.

Ontstaan van de belastingschuld en bepalingen omtrent aanvang en einde van de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak.

Onderdeel van Verordening op de heffing en de invordering van begrafenisrechten

1.. De rechten, als bedoeld in hoofdstuk 1 en 2 van de tabel, zijn verschuldigd bij de aanvang van het belastingtijdvak of, indien de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak aanvangt, bij de aanvang van de belastingplicht. 2.. Indien de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak aanvangt, zijn de rechten onder 1.2, 1.3 en 2.2 van de tarieventabel verschuldigd over zoveel twaalfde gedeelten als er in dat jaar, na het tijdstip van de aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven. 3.. Indien de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak eindigt, wordt voor de rechten onder 1.2, 1.3 en 2.2 van de tarieventabel ontheffing verleend over zoveel twaalfde gedeelten als er in dat jaar, na het tijdstip van het eindigen van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven. 4.. De belastingplicht vangt aan op de eerste dag van de maand volgende op de dag van de begrafenis.

Rechtspraak bij dit artikel