In deze verordening wordt verstaan onder:
vaartuigen: alle soorten van drijvende lichamen, welke wegens hun drijfvermogen worden gebezigd dan wel bestemd of geschikt zijn voor het vervoer te water van personen en/of goederen, drijvende werktuigen zoals een werkvlot, ponton, elevator, drijvende kraan, sleep- of duwboot, bok, zandzuiger, baggermolen e.d. alsmede balken, stammen, palen, vlotten e.d. die in het water worden vervoerd;
meren: het vastmaken van vaartuigen aan de daartoe bestemde middelen, onverschillig of die middelen eigendom van de gemeente of van derden zijn, of aan vaartuigen welke aan zodanige middelen zijn vastgemaakt;
gemeentewater: vaarwater , dat aan de gemeente in eigendom toebehoort alsmede vaarwater, dat bij de gemeente in onderhoud is of waarover de gemeente het beheer heeft;
beroepsvaartuigen: 1. vrachtschepen: vaartuigen, die uitsluitend of in hoofdzaak, gebezigd worden voor het vervoer anders dan van personen, welke conform de Rijksverkeersinspectie daartoe een vergunning hebben;
passagiers- en charterschepen: alle vaartuigen, die een openbaar middel van vervoer zijn, of dit niet zijnde, uitsluitend of in hoofdzaak worden gebezigd voor het vervoer van personen tegen betaling;
andere vaartuigen: vaartuigen niet vallende onder a. en b.;
recreatievaartuigen: vaartuigen die hoofdzakelijk worden gebruikt als recreatievaartuig, maar niet zijnde een passagiersschip;
een dag: de periode van 00.00 uur tot 24.00 uur, waarbij een gedeelte van een dag als gehele dag wordt aangemerkt;
een week: een aaneengesloten periode van 7 dagen;
een maand: het tijdvak dat loopt vanaf de eerste dag in een kalendermaand tot en met de laatste dag van die kalendermaand;
een kwartaal: drie achtereenvolgende kalendermaanden, respectievelijk beginnende op 1 januari, 1 april, 1 juli of 1 oktober;
een halfjaar: zes achtereenvolgende kalendermaanden, respectievelijk beginnende op 1 januari of 1juli;
een jaar: een kalenderjaar, de periode van 1 januari tot en met 31 december;
zomerseizoen: de periode van 1 juni tot en met 30 september;
winterseizoen: de periode van 1 oktober tot met 31 mei.
Artikel 1.
Begripsomschrijvingen
Onderdeel van Verordening op de heffing en invordering van havengelden 2013