Vragenuur
Bij de aanvang van elke raadsvergadering is er een vragenuur
waarin leden van de raad vragen kunnen stellen aan het college
van burgemeester en wethouders over actuele zaken betreffende
het gevoerde bestuur, tenzij er bij de voorzitter vooraf geen
vragen zijn ingediend. In bijzondere gevallen kan het presidium
bepalen dat het vragenuur op een ander tijdstip wordt gehouden.
De voorzitter bepaalt op welk tijdstip het vragenuur eindigt.
Het vragenuur eindigt in elk geval één uur na aanvang.
Het lid van de raad dat tijdens het vragenuur vragen wil
stellen, meldt dit onder aanduiding van het onderwerp ten minste
24 uur voor aanvang van het vragenuur bij de voorzitter. De
voorzitter kan na overleg met het presidium weigeren een
onderwerp tijdens het vragenuur aan de orde te stellen indien
hij het onderwerp niet voldoende nauwkeurig acht aangegeven of
het een aangelegenheid betreft die niet tot het door het college
gevoerde bestuur kan worden gerekend.
De voorzitter bepaalt de volgorde, waarin aangemelde onderwerpen
tijdens het vragenuur aan de orde worden gesteld.
De vragensteller wordt ten hoogste twee minuten het woord
verleend om aan een of meer collegeleden vragen te stellen en
een toelichting te geven. Het betreffende collegelid wordt ten
hoogste vijf minuten het woord verleend om de vragen te
beantwoorden.
Na de beantwoording door het collegelid krijgt de vragensteller
desgewenst het woord om aanvullende vragen te stellen, mits die
hetzelfde onderwerp betreffen.
Vervolgens kan de voorzitter aan andere leden van de raad het
woord verlenen om hetzij aan de vragensteller, hetzij aan het
college vragen te stellen over hetzelfde onderwerp.
Tijdens het vragenuur kunnen geen moties worden ingediend en
worden geen interrupties toegelaten.
HOOFDSTUK 4
Artikel 35a
Artikel 35a
Onderdeel van Reglement van orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van de gemeenteraad 2012.