Naar hoofdinhoud
5.1 Onderzoek bij aanvraag Bij een aanvraag voor een individuele voorziening in het kader van de verordening doet de gemeente, conform artikel 4 lid 2 van de wet, onderzoek naar de persoonskenmerken en behoeften van de ondersteuningsvrager alsmede naar de financiële capaciteit van de ondersteuningsvrager om zelf in de kosten van voorzieningen/maatregelen te voorzien. In artikel 3 lid 2 van de verordening is tevens bepaald dat bij het onderzoek ook rekening wordt gehouden met het feit dat een ondersteuningsvrager geschikte keuzes, behorend bij zijn individuele omstandigheden, maakt c.q. heeft gemaakt. Het doel van de compensatieverplichting (artikel 4 van de wet) is dat de gemeente voorzieningen regelt voor personen die door hun beperkingen niet zelfredzaam zijn en niet maatschappelijk kunnen participeren. Daarvoor kunnen allerlei voorzieningen, voorliggende en algemene gaan voor individuele voorzieningen, geregeld en ingezet worden. De voorziening moet de beperkingen/problemen van de ondersteuningsvrager compenseren zodat deze (weer) zelf en/of met hulp kan participeren in de samenleving. De compensatieplicht is een inspanningsverplichting voor de gemeente. Ook alle inwoners van de gemeente hebben een inspanningsverplichting. De bedoeling van de wetgever met de wet is namelijk dat mensen en hun omgeving (netwerk) zelf oplossingen bedenken en daarin een eigen verantwoordelijkheid hebben en nemen. Deze inspanningsverplichting is in artikel 4 van de verordening opgenomen en heeft in het onderzoek, en in het gesprek, een prominente rol. 5.2 Advies Artikel 29 van de verordening biedt de basis voor een zorgvuldig onderzoek om te bepalen of er al dan niet sprake is van medische noodzaak. In lid 2 van dit artikel wordt een aantal situaties genoemd waarin het college de door haar aangewezen adviesinstantie om advies kan vragen, met andere woorden wanneer vraagt de gemeente medisch advies. De voor de beoordeling noodzakelijke gegevens moet de ondersteuningsvrager het college of de door hen aangewezen adviesinstantie verschaffen. Net als bij het gesprek, zie artikel 8 lid 1 van de verordening, wordt bij de medische advisering de systematiek zoals neergelegd in de International Classification of Functions, Disabilities and Health, de zogenaamde ICF classificatie, gebruikt. Het college beoordeelt het medisch advies en besluit tot (gedeeltelijke) toekenning of afwijzing van de aangevraagde compensatie/voorziening. 5.3 Beslistermijn en besluitvorming De termijn waarbinnen een beschikking op een aanvraag voor een individuele voorziening genomen moet worden, bedraagt maximaal 8 weken. Indien een beschikking niet binnen 8 weken kan worden gegeven, deelt het college dit binnen deze termijn aan de ondersteuningsvrager schriftelijk mede en noemt het een redelijke termijn waarbinnen hij de beschikking tegemoet kan zien. Bij de besluitvorming is het van groot belang dat de ondersteuningsvrager het college of de door hen aangewezen adviesinstantie die gegevens verschaft die noodzakelijk zijn voor het beoordelen van de aanvraag. In artikel 29 lid 3 is dan ook de verplichting daartoe de ondersteuningsvrager opgelegd. Mocht de ondersteuningsvrager niet de noodzakelijke gegevens verschaffen, ook niet na de gelegenheid te hebben gehad om deze aan te vullen (zgn. hersteltermijn), dan kan het college op grond van artikel 4:5 lid 1 van de Algemene wet bestuursrecht besluiten de aanvraag niet te behandelen. Beschikking Besluitvorming op een aanvraag voor een individuele voorziening geschiedt via een beschikking. Een beschikking is een aan de ondersteuningsvrager gericht officieel en schriftelijk besluit van de gemeente dat bepaalde rechtsgevolgen heeft. In de beschikking wordt, voor zover van toepassing, aangegeven: de voorziening die wordt toegekend of afgewezen; de vorm waarin de voorziening wordt toegekend; wat de hoogte van het persoonsgebonden budget of financiële tegemoetkoming is en hoe  deze tot stand is gekomen; de duur van de verstrekking; of een eigen bijdrage of eigen aandeel verschuldigd is; de aan de (eventuele) toekenning verbonden verplichtingen: zoals een programma van   eisen, een bruikleenovereenkomst, een anti-speculatiebeding (zie artikel 13 lid 6 van de   verordening), voor welk resultaat een persoonsgebonden budget of een financiële   tegemoetkoming gebruikt moet worden, een teruggaveverplichting (zie onder 4.9) en het   doorgeven van gewijzigde situatie (zie artikel 30 van de verordening); welke externe adviseur advies heeft uitgebracht; verwijzing naar het externe advies bij wijze van motivering; uitdrukkelijke motivering waarom wordt afgeweken van een extern advies; aangescherpte motivering: Op grond van artikel 26 van de wet rust op de gemeente een aangescherpte motiveringsplicht. In de beschikking moet vermeldt worden de wijze waarop de genomen beschikking bijdraagt aan het behouden en het bevorderen van de zelfredzaamheid en de normale maatschappelijke participatie van de ondersteuningsvrager; bezwaarclausule: iedere aanvrager heeft het recht als hij het met een beschikking niet eens is, in bezwaar te gaan. De gemeente streeft ernaar, voordat een negatief of afwijkend besluit valt, betrokkene in de gelegenheid te stellen hierop te reageren. Dit maakt het mogelijk dat door de gemeente eventueel gemaakte fouten hersteld kunnen worden alvorens definitief te beschikken. 5.4 Inwerkingtreding beleidsregels en overgangsrecht De beleidsregels treden, na bekendmaking, in werking met ingang van 1 januari 2013. Met ingang van de datum van in werkingtreden van de beleidsregels komen de beleidsregels voorzieningen maatschappelijke ondersteuning gemeente Bronckhorst 2012 vastgesteld op 25 september 2012 en in werking getreden op 1 oktober 2012, te vervallen. Het nieuwe Wmo-voorzieningenbeleid, opgenomen in de verordening 2012 en nader uitgewerkt in deze beleidsregels, is ook van toepassing op reeds verstrekte voorzieningen in het kader van het Wmo-voorzieningenbeleid. De rechten en verplichtingen met betrekking tot verstrekte voorzieningen, die gelden op het tijdstip van de inwerkingtreding van het nieuwe beleid, blijven gelden gedurende de looptijd van het besluit waarop zij rusten tot dat een heronderzoek/herindicatie in het kader van het nieuwe Wmo-voorzieningenbeleid heeft plaatsgehad. 5.5 Slotbepaling In gevallen waarin de beleidsregels niet voorzien, beslist het college. Aldus vastgesteld te Bronckhorst op 11 december 2012. Burgemeester en wethouders van gemeente Bronckhorst de secretaris,                                                            de burgemeester, A.H. van Hout                                                             H.A.J. Aalderink

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel