In dit statuut wordt verstaan onder:
Daggeld: Geld dat wordt (uit)geleend maar dadelijk opeisbaar blijft (ook wel: callgeld)
Derivaten: Financiële instrumenten die hun bestaan ontlenen aan een bepaalde onderliggende waarde. De onderliggende waarden kunnen financiële producten, zoals leningen of obligaties zijn. Derivaten worden onder andere gebruikt om renterisico’s te sturen en financieringskosten te minimaliseren.
FIDO: Wet Financiering Decentrale Overheden;
Inclusief laatste wijzigingen per: 01-01-2009
Financiering: Het aantrekken van benodigde financiële middelen voor een periode van minimaal één jaar. Deze middelen kunnen bestaan uit zowel eigen vermogen als vreemd vermogen.
Geldstromenbeheer: Al die activiteiten die nodig zijn om liquiditeiten te transfereren zowel binnen de organisatie zelf als tussen de organisatie en derden (betalingsverkeer).
Intern liquiditeitsrisico: De risico’s van mogelijke wijzigingen in de liquiditeitenplanning en meerjaren-investeringsplanning waardoor financiële resultaten kunnen afwijken van de verwachtingen.
Kasgeldlimiet: Een bedrag op basis van de Wet FIDO ter grootte van een percentage van het totaal van de jaarbegroting van de gemeente bij aanvang van het jaar.
Koersrisico: Het risico dat financiële vaste activa van de organisatie in waarde verminderen door negatieve koersontwikkelingen.
Kredietrisico: De risico’s op een waardedaling van een vordering ten
gevolge van het niet (tijdig) na kunnen komen van de verplichtingen door de tegenpartij als gevolg van financieel onvermogen.
Liquiditeitenbeheer: Het aantrekken en uitzetten van middelen voor een periode tot één jaar.
Liquiditeitenplanning: Een gestructureerd overzicht van de toekomstige inkomsten en uitgaven
ingedeeld per tijdseenheid.
Rating: De inschatting van de kans op eventuele wanbetalingen bij toekomstige rente- en aflossingsbetalingen op schuldpapier. De drie meeste gerenommeerde ratingbureaus zijn: Fitch, Standard & Poor’s en Moody’s.
De weergave van de rating verschilt bij deze drie bureaus en is in onderstaande tabel weergegeven:
Fitch
Standard & Poor's
Moody's
AAA
AAA
Aaa
AA-plus
AA-plus
Aa1
AA
AA
Aa2
AA-minus
AA-minus
Aa3
A-plus
A-plus
A1
A
A
A2
A-minus
A-minus
A3
Renterisico: Het gevaar van ongewenste veranderingen van de (financiële) resultaten van de gemeente door rentewijzigingen.
Renterisiconorm: Een bij de aanvang van enig jaar op basis van de Wet FIDO gefixeerd percentage van het totaal van de vaste schuld van de gemeente dat bij de realisatie niet mag worden overschreden.
Rentevisie: Toekomstverwachting over de renteontwikkeling.
RUDDO: Regeling uitzettingen en derivaten decentrale overheden.
Inclusief laatste wijzigingen per 03-04-2009
Saldobeheer: Het beheer van de dagelijkse saldi op de rekeningen.
Solvabiliteitsratio: Het, voor een in de Europese Economische Ruimte (Europese Unie uitgebreidmet Noorwegen, IJsland en Liechtenstein) gevestigde financiële onderneming, voorgeschreven minimumniveau aansprakelijk vermogen tegenover naar risicograad afgewogen activa.
Treasuryfunctie: De treasuryfunctie omvat alle activiteiten die zich richten op het besturen, beheersen, verantwoorden en het toezicht houden op de financiële vermogenswaarden, de financiële stromen, de financiële posities en de hieraan verbonden risico’s. De treasuryfunctie bestaat uit vier deelfuncties: risicobeheer, gemeentefinanciering, kasbeheer en debiteuren- en crediteurenbeheer.
Uitzetting: Het tijdelijk toevertrouwen van liquiditeiten aan derden tegen vooraf overeengekomen condities en bedingen. Kortlopende uitzettingen hebben betrekking op een periode tot één jaar en langlopende uitzettingen hebben betrekking op een periode van één jaar of langer.