Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4

Artikel 10

De hoogte van de bestuurlijke boetes voor de verschillende overtredingen door de inburgeringsplichtige

Onderdeel van Verordening Wet inburgering gemeente Utrecht 2011, incl. 1e wijziging

1.. De bestuurlijke boete bedraagt ten hoogste het in artikel 34, onderdeel a van de wet genoemde maximumbedrag, indien de inburgeringsplichtige geen gehoor geeft aan de oproep van het college bedoeld in artikel 25, eerste lid, van de wet of onvoldoende medewerking verleent aan het onderzoek, bedoeld in artikel 25, tweede lid, van de wet. 2.. De bestuurlijke boete bedraagt ten hoogste het in artikel 34, onderdeel b van de wet genoemde maximumbedrag indien de inburgeringsplichtige geen of onvoldoende medewerking verleent aan de uitvoering van de voor hem vastgestelde inburgeringsvoorziening of taalkennisvoorziening, bedoeld in artikel 23, eerste lid, van de wet of aan de verplichtingen, bedoeld in artikel 6 van deze verordening. 3.. De bestuurlijke boete bedraagt ten hoogste het in artikel 34, onderdeel c van de wet genoemde maximumbedrag indien de inburgeringsplichtige niet binnen de in artikel 7, eerste lid, van de wet bedoelde termijn het inburgeringsexamen heeft behaald. 4.. De bestuurlijke boete bedraagt ten hoogste het in artikel 34, onderdeel d van de wet genoemde maximumbedrag indien de inburgeringsplichtige niet binnen de bij of krachtens artikel 32 en 33 gestelde termijn het inburgeringsexamen heeft behaald. 5.. In de beleidsregels boete Wet Inburgering (bijlage bij deze verordening) heeft het college vastgelegd welke boete er in beginsel wordt opgelegd bij welke overtreding en op basis waarvan een boete eventueel gematigd wordt.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel