Het college ziet af van het opleggen van een maatregel indien:
elke vorm van verwijtbaarheid ontbreekt; of
de gedraging meer dan één jaar vóór constatering van die gedraging door het college heeft plaatsgevonden.
Het college kan afzien van ten uitvoerlegging van een maatregel indien het daarvoor dringende redenen aanwezig acht.
Indien het college afziet van ten uitvoerlegging van een maatregel op grond van dringende redenen, wordt de belanghebbende daarvan schriftelijk mededeling gedaan.
Hoofdstuk
Artikel 4
Afzien van het opleggen van een maatregel
Onderdeel van Verordening maatregelen Wwb, Ioaw en Ioaz 2013