• - Het college ziet af van het opleggen van een maatregel indien:
    • - elke vorm van verwijtbaarheid ontbreekt; of
    • - de gedraging meer dan één jaar vóór constatering van die gedraging door het college heeft plaatsgevonden.
  • - Het college kan afzien van ten uitvoerlegging van een maatregel indien het daarvoor dringende redenen aanwezig acht.
  • - Indien het college afziet van ten uitvoerlegging van een maatregel op grond van dringende redenen, wordt de belanghebbende daarvan schriftelijk mededeling gedaan.