Het marktgeld, bedoeld in artikel 3, eerste lid, onder a, b en c, is
verschuldigd bij de aanvang van het belastingtijdvak of, zo dit
later is, bij de aanvang van de belastingplicht.
Indien de belastingplicht voor het marktgeld, bedoeld in artikel 3,
eerste lid, onder a, b of c, in de loop van het belastingtijdvak
aanvangt, is het marktgeld verschuldigd voor zoveel derde gedeelten
van het voor dat tijdvak verschuldigde marktgeld als er na de
aanvang van de belastingplicht nog kalendermaanden overblijven,
waarbij een gedeelte van een maand voor een volle maand wordt
gerekend.
Indien de belastingplicht voor het marktgeld, bedoeld in artikel 3,
eerste lid, onder a, b of c, in de loop van het belastingtijdvak
eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel derde gedeelten
van het voor dat tijdvak verschuldigde marktgeld als er na het einde
van de belastingplicht nog volle kalendermaanden overblijven.
Artikel 5.
Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang voor de naar een tijdvak geheven rechten
Onderdeel van Verordening op de heffing en invordering van marktgeld Vlissingen 2013