Het college stelt de structuur van de ambtelijke organisatie vast.
De directeur-secretaris stelt in overleg met de afdelingsmanagers de doelstellingen en hoofdtaken van de afdelingen vast.
De directeur-secretaris stelt in overleg met de betreffende afdelingsmanager kleinere organisatiewijzigingen binnen een afdeling vast. Grotere organisatiewijzigingen, zoals benoemd in het sociaal statuut, worden door het college vastgesteld.