**1..** De eigen bijdrage of het eigen aandeel zoals genoemd in hoofdstuk 6 paragraaf 5 van de verordening wordt opgelegd bij de voorziening als genoemd in hoofdstuk 5 paragraaf 2, van de verordening. Hierbij geldt dat ten aanzien van de verstrekking van een rolstoel, op grond van de Wet, geen eigen bijdrage of eigen aandeel mag worden gevraagd. Indien bij de verstrekking van een individueel hulpmiddel een middel wordt herverstrekt als bruikleenverstrekking, zal bij de bepaling van de hoogte de eigen bijdrage worden uitgegaan van de daadwerkelijke kosten zoals de gemeente deze maakt voor het hulpmiddel.
**2..** De te betalen eigen bijdrage of eigen aandeel zal worden vastgesteld en geïnd door het Centraal Administratie Kantoor [CAK] zoals is bepaald in het Bijdragebesluit Zorg in artikel 16a lid 4 onder b. conform artikel 4 lid 1 onder 3 van de Algemene Maatregel van Bestuur [gepubliceerd Staatsblad 450 van 2 oktober 2006].
**3..** De opgelegde eigen bijdrage of eigen aandeel voor woonvoorzieningen in de vorm van een financiële tegemoetkoming in de kosten van aanpassing van de woning; de kosten van een traplift; andere woonvoorzieningen anders dan in bruikleen en vervoersvoorzieningen in de vorm van een PGB wordt geïnd gedurende 39 perioden van 4 weken.
**4..** De opgelegde eigen bijdrage voor hulp bij het huishouden; voor woonvoorzieningen in bruikleen en voor vervoersvoorzieningen in bruikleen zal worden geïnd gedurende de gehele periode dat de voorziening wordt geleverd.
**5..** Ten aanzien van personen tot 18 jaar aan wie maatschappelijke ondersteuning is verleend, wordt geen eigen bijdrage of eigen aandeel gehanteerd.
HOOFDSTUK 3.
Artikel 4.
Opleggen eigen bijdrage en eigen aandeel
Onderdeel van Besluit maatschappelijke ondersteuning gemeente Eijsden-Margraten 2013.