**1..** Het college zorgt bij het uitoefenen van de financieringsfunctie
voor:
het aantrekken van voldoende financiële middelen en het
uitzetten van overtollige gelden om de programma’s binnen de
door de raad vastgestelde kaders van de begroting uit te
voeren;
het beheersen van de risico’s verbonden aan de
financieringsfunctie zoals renterisico’s, koersrisico’s en
kredietrisico’s;
het beperken van de kosten van leningen en het bereiken van
een voldoende rendement op uitzettingen;
het beperken van de interne verwerkingskosten en externe
kosten bij het beheren van de geldstromen en financiële
posities.
**2..** Het college neemt bij het uitvoeren van de financieringsfunctie de
voorschriften van het treasurystatuut in acht.
**3..** Het college informeert de raad vooraf indien de wettelijke
kasgeldlimiet of de wettelijke rente- risiconorm dreigen te worden
overschreden.
**4..** Bij het uitzetten van middelen, het verstrekken van garanties en het
aangaan van financiële participaties uit hoofde van de publieke taak
bedingt het college indien mogelijk zekerheden. Het college
motiveert in zijn besluit het openbaar belang van dergelijke
uitzettingen van middelen, verstrekkingen van garanties en
financiële participaties.
Hoofdstuk 3.
Artikel 13.