Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 15.

Intrekken van de vergunning

Onderdeel van Erfgoedverordening Leusden 2012

De vergunning kan door het bevoegd gezag worden ingetrokken indien: blijkt dat de vergunning ten gevolge van een onjuiste of onvolledige opgave is verleend; blijkt dat de vergunninghouder de voorschriften bedoeld in artikel 10 derde en zesde lid niet naleeft; de omstandigheden aan de kant van de vergunninghouder zich zodanig hebben gewijzigd, dat het belang van het monument zwaarder dient te wegen; binnen 1 jaar na het onherroepelijk worden van de vergunning geen begin met de werkzaamheden is gemaakt; tussen het begin en het einde van de werkzaamheden deze werkzaamheden langer dan een aaneengesloten periode van 26 weken stilliggen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel