Een inrichting kan – al dan niet voor een bepaalde duur- gesloten verklaard worden:
indien de inrichting word geëxploiteerd zonder geldige vergunning;
indien de inrichting wordt geëxploiteerd in strijd met de aan de vergunning verbonden voorschriften;
indien naar oordeel van de burgemeester één van de in artikel 5 genoemde situaties, waarbij intrekking van de vergunning mogelijk is, zich voordoet.
De sluiting wordt geacht in het openbaar bekend te zijn gemaakt zodra een besluit tot sluiting op, in of nabij de toegang of toegangen van de inrichting is aangebracht.
Hoofdstuk 2 › Afdeling 3 › Paragraaf 2
Artikel 2.3.2.8
Sluiting van inrichtingen
Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Oude IJsselstreek 2006