De eigenaar of houder van een hond is verplicht ervoor te zorgen dat - indien deze hond zich op de weg, op een voor het publiek toegankelijke plaats of op een voor het publiek toegankelijke en kennelijk als zodanig ingerichte kinderspeelplaats, zandbak, speelweide of sportterreinen bevindt – er geen uitwerpselen van die hond in het openbaar gebied achterblijven.
De eigenaar of houder van een hond is verplicht een deugdelijk hulpmiddel bij zich te dragen, dat als zodanig is bestemd voor het verwijderen van de uitwerpselen en dient dit hulpmiddel op eerste vordering te kunnen tonen aan de met het toezicht belaste ambtenaar.
De strafbaarheid wegens overtreding van het in het eerste en tweede lid gestelde verbod wordt opgeheven indien de eigenaar of houder van de hond en zorg voor draagt dat de uitwerpselen onmiddellijk worden verwijderd en vervolgens worden gedeponeerd in de daartoe bestemde afvalbakken dan wel op de speciaal daartoe ingerichte plekken.
Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op terreinen die door het college zijn aangewezen als terreinen waar de hond mag worden uitgelaten.
Hoofdstuk 2 › Afdeling 4
Artikel 2.4.18
Verontreiniging door honden
Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Oude IJsselstreek 2006