De eigenaar of houder van een hond is verplicht ervoor te zorgen dat die hond zich niet van uitwerpselen ontdoet:
op een gedeelte van de weg dat bestemd is of mede bestemd voor het verkeer van voetgangers;
op een voor het publiek toegankelijke en kennelijk als zodanig ingerichte kinderspeelplaats, zandbak of speelweide;
op een andere door het college aangewezen plaats.
Het college kan plaatsen aanwijzen waar het verbod genoemd in het eerste lid, onder a niet geldt.
De strafbaarheid wegens overtreding van het in het eerste lid gestelde gebod wordt opgeheven indien de eigenaar of houder van de hond er zorg voor draagt dat de uitwerpselen onmiddellijk worden verwijderd.
De begeleider van een hond is verplicht een deugdelijk hulpmiddel bij zich te dragen, dat als zodanig is bestemd voor het verwijderen van de uitwerpselen en dient dit hulpmiddel op eerste vordering te kunnen tonen aan de met het toezicht belaste ambtenaar.
De geboden genoemd in het eerste en vijfde lid gelden niet voorzover de eigenaar of houder van een hond zich vanwege zijn handicap door een geleidehond laat begeleiden
Hoofdstuk 2 › Afdeling 11
Artikel 2:58
Verontreiniging door honden
Onderdeel van Algemene plaatselijke verordening