Het is verboden een openbare inrichting te exploiteren zonder vergunning van de burgemeester. De behandelingstermijn is 8 weken. Deze termijn kan met maximaal 8 weken worden verlengd.
De burgemeester weigert de vergunning indien de vestiging of exploitatie van de openbare inrichting in strijd is met een geldend bestemmingsplan.
In afwijking van artikel 1:8 kan de burgemeester de vergunning geheel of gedeeltelijk weigeren, indien naar zijn oordeel moet worden aangenomen dat de woon- en leefsituatie in de omgeving van de openbare inrichting of openbare orde op ontoelaatbare wijze nadelig wordt beïnvloed.
Bij de toepassing van de in het derde lid genoemde weigeringsgrond houdt de burgemeester rekening met het karakter van de straat en de wijk, waarin de openbare inrichting is gelegen of zal zijn gelegen, de aard van de openbare inrichting en de spanning, waaraan het woonmilieu ter plaatse reeds blootstaat of bloot zal komen te staan door de exploitatie.
Het eerste lid geldt niet voor een openbare inrichting in een winkel als bedoeld in artikel 1 van de Winkeltijdenwet voorzover de horeca een nevenactiviteit is van de winkelactiviteit;
Voor de openbare inrichting als bedoeld in lid 5 gelden dezelfde sluitingstijden als voor de winkel.
Voorts geldt het eerste lid niet voor:
een openbare inrichting in zorginstellingen;
een openbare inrichting in musea;
een openbare inrichting in buurthuizen;
een openbare inrichting in verenigingsgebouwen.
De burgemeester kan de vergunning als bedoeld in het eerste lid weigeren indien de aanvrager geen verklaring omtrent gedrag overlegt die uiterlijk drie maanden voor de datum waarop de vergunningaanvraag is ingediend, is afgegeven.
Paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) is niet van toepassing op de vergunning bedoeld in het eerste lid en op de vrijstelling bedoeld in het vijfde lid.
Hoofdstuk 2 › Afdeling 8
Artikel 2:28
Exploitatievergunning openbare inrichting
Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening