Naar hoofdinhoud
Ieder lid kan aan de burgemeester of aan het college schriftelijk vragen stellen. Deze vragen moeten, kort en duidelijk geformuleerd en voorzien van een toelichting, bij de voorzitter worden ingediend. Indien tegen de beantwoording van de vragen wegens strijdigheid met het openbaar belang bezwaar bestaat bij hem of hen tot wie zij zijn gericht, wordt daarvan aan het betrokken lid met opgave van redenen mededeling gedaan. De voorzitter zendt de schriftelijke vragen terstond aan de leden en aan de pers, tenzij hij van oordeel is dat zich de situatie voordoet als bedoeld in het derde lid, in welk geval hij – zonodig na ruggespraak met het presidium – onmiddellijk in overleg treedt met de vragensteller(s). Behoudens het bepaalde in het derde lid worden uiterlijk binnen vier weken de vragen met de toelichting en het antwoord aan de raad toegezonden. Kan deze termijn niet worden aangehouden dan deelt het college danwel de burgemeester zulks schriftelijk en beargumenteerd aan de raad mede en volgt het antwoord binnen een door het college of de burgemeester nader aangegeven termijn. Zo nodig geeft het college danwel de burgemeester elke maand schriftelijk de oorzaak van de vertraging aan en binnen welke termijn het college voornemens is de vraag te beantwoorden totdat het antwoord is gegeven. Toelichting Verzoeken ex artikel 23, 24, 25 en 26 worden door tussenkomst van de griffier bij de voorzitter ingediend. Het moet gericht zijn aan de voorzitter van de raad. De leden van de raad hebben een aantal mogelijkheden om het college en de burgemeester te vragen verantwoording af te leggen omtrent het gevoerde bestuur. Het verzoek om inlichtingen (de artikelen 23, 24 en 25) en het houden van een interpellatie (artikel 23) zijn daarvan voorbeelden. Voor het vragenrecht geldt, dat het daarbij vooral om vragen met een informatieve strekking gaat. Het recht van interpellatie heeft veelal betrekking op onderwerpen van een meer bestuurlijk (politiek) gewicht. De behandeling ervan kan eventueel zelfs uitmonden in een motie van afkeuring, vorm te geven naar de bewoordingen van artikel 49 van de Gemeentewet: het opzeggen van het vertrouwen in de wethouder. Gelet op het politiek gewicht is het gebruik dat inhoudelijke behandeling in dezelfde vergadering plaatsvindt als waarin het interpellatieverzoek aanhangig is gemaakt. Over de verantwoordingsplicht bepaalt de Gemeentewet in artikel 169, lid 1 dat de leden van het college tezamen en ieder afzonderlijk aan de raad verantwoording verschuldigd zijn voor het door het college gevoerde bestuur. Zij geven de raad alle inlichtingen die de raad voor de uitoefening van zijn taak nodig heeft (Gemeentewet artikel 169, lid 2). Ook geven zij de raad mondeling of schriftelijk de door één of meer leden gevraagde inlichtingen waarvan het verstrekken niet in strijd is met het openbaar belang (artikel 169, lid 3). Een soortgelijke bepaling komt in artikel 180, lid 3 voor de burgemeester voor. Ten aanzien van de uitoefening van specifieke collegebevoegdheden is in artikel 169, lid 4 Gemeentewet bepaald dat het college de raad vooraf inlichtingen over de uitoefening van die bevoegdheden geeft indien de raad daarom verzoekt of indien de uitoefening ingrijpende gevolgen kan hebben voor de gemeente. In het laatste geval neemt het college geen besluit voordat de raad zijn wensen en bedenkingen ter zake ter kennis van het college heeft kunnen brengen. Deze specifieke collegebevoegdheden hebben betrekking op privaatrechtelijke rechtshandelingen, rechtsgedingen, civiele verdediging en markten. De raad kan gebruik maken van artikel 24 van dit reglement om het college te verzoeken inlichtingen in het kader van deze specifieke onderwerpen te verschaffen ingeval hij tevens tegen een daarmee verband houdend voorgenomen collegebesluit zijn bedenkingen wil uiten of zijn wensen hieromtrent kenbaar wil maken aan het college. De vragenronde is bestemd voor een korte beantwoording van vragen met een informatieve strekking. Gelet op het karakter van de vragenronde wordt de indiening van moties niet toegestaan. Voorts worden geen interrupties toegestaan. De vragen worden beantwoord in de volgorde waarin zij zijn ingediend. Om onduidelijkheid te voorkomen moeten de vragen door tussenkomst van de griffie worden ingediend. Een medewerker van de griffie zal datum en tijdstip van indiening van de vragen registreren. In de praktijk vindt de verspreiding van de vragen door tussenkomst van de griffier plaats. Bij hem worden de vragen, gericht aan de voorzitter, ingediend. Het college is verantwoordelijk voor beantwoording van vragen en het inachtnemen van de termijn voor de beantwoording.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel