**1..** Nadat de beraadslaging is gesloten of wanneer niemand het woord vraagt, brengt de voorzitter het voorstel tot besluitvorming. Indien geen van de leden om stemming vraagt, wordt het besluit geacht met algemene stemmen te zijn aangenomen.
**2..** In de vergaderzaal aanwezige leden kunnen evenwel aantekening in de notulen vragen dat zij geacht willen worden te hebben tegengestemd; in dat geval wordt het besluit geacht met de stemmen van de overige leden te zijn genomen.
Toelichting
In de Gemeentewet komen enige, dwingende voorschriften voor omtrent stemmingen.De artikelen luiden als volgt:
Artikel 27
De leden van de raad stemmen zonder last.
Artikel 28
1. Een lid van de raad neemt niet deel aan de stemming over:
a) een aangelegenheid die hem rechtstreeks of middellijk persoonlijk aangaat of waarbij hij als vertegenwoordiger is betrokken;
b) de vaststelling of goedkeuring der rekening van een lichaam waaraan hij rekenplichtig is of tot welks bestuur hij behoort.
2. Bij een schriftelijke stemming wordt onder het deelnemen aan de stemming verstaan het inleveren van een stembriefje.
3. Een benoeming gaat iemand persoonlijk aan, wanneer hij behoort tot de personen tot wie de keuze door een voordracht of bij een herstemming is beperkt.
4. Het eerste lid is niet van toepassing bij de beslissing betreffende de geloofsbrieven van de na periodieke verkiezing benoemde leden.
Het begrip “vertegenwoordiger” in artikel 28, lid 1 Gemeentewet ziet slechts op de situatie waarin een raadslid kan worden aangemerkt als vertegenwoordiger in civielrechtelijke zin; bepalend is of het raadslid de wederpartij rechtens kan binden.
Hieronder valt niet het lidmaatschap van het DB of AB van een openbaar lichaam. Maar evenmin de bestuurder die niet alleen een stichting, vereniging of andere rechtspersoon rechtens kan binden. In de rechtspraak is een tendens zichtbaar strekkende tot verruiming van het stemverbod. Zo rekent de Raad van State bij de uitleg van artikel 2:4 lid 2 Algemene wet bestuursrecht aangelegenheden die in de raad ter besluitvorming voorliggen en betrekking hebben op een dergelijke stichting, vereniging etc., ook indien er geen sprake is van het rechtens kunnen binden, wel tot een persoonlijk belang, wat tot het niet deelnemen aan de stemming zou moeten leiden. Artikel 2:4 lid 2 Algemene wet bestuursrecht luidt: “Het bestuursorgaan waakt ertegen dat tot het bestuursorgaan behorende of daarvoor werkzame personen die een persoonlijk belang bij een besluit hebben, de besluitvorming beïnvloeden”.
Artikel 29
1. Een stemming is alleen geldig, indien meer dan de helft van het aantal leden dat zitting heeft en zich niet van deelneming aan de stemming moet onthouden, daaraan heeft deelgenomen.
2. Het eerste lid is niet van toepassing:
a) ingeval opnieuw wordt gestemd over een voorstel of over een benoeming, voordracht of aanbeveling van een of meer personen ten aanzien van wie in een vorige vergadering een stemming op grond van dat lid niet geldig was;
b) in een vergadering als bedoeld in artikel 20, tweede lid, voor zover het betreft onderwerpen die in de daaraan voorafgaande, ingevolge artikel 20, eerste lid, niet geopende vergadering aan de orde waren gesteld.
Artikel 30
1. Voor het tot stand komen van een besluit bij stemming wordt de volstrekte meerderheid vereist van hen die een stem hebben uitgebracht.
2. Bij een schriftelijke stemming wordt onder het uitbrengen van een stem verstaan het inleveren van een behoorlijk ingevuld stembriefje.
Artikel 31
1. De stemming over personen voor het doen van benoemingen, voordrachten of aanbevelingen geschiedt bij gesloten en ongetekende stembriefjes.
2. Indien de stemmen staken over personen tot wie de keuze door een voordracht of bij een herstemming is beperkt, wordt in dezelfde vergadering een herstemming gehouden.
3. Staken bij deze stemming de stemmen opnieuw, dan beslist terstond het lot.
Artikel 32
1. De overige stemmingen geschieden bij hoofdelijke oproeping, indien de voorzitter of een van de leden dat verlangt. In dat geval geschieden zij mondeling.
2. Bij hoofdelijke oproeping is ieder ter vergadering aanwezig lid dat zich niet van deelneming aan de stemming moet onthouden verplicht zijn stem voor of tegen uit te brengen.
3. Indien over een voorstel geen stemming wordt gevraagd, is het aangenomen.
4. Tenzij de vergadering voltallig is, wordt bij staking van stemmen het nemen van een besluit uitgesteld tot een volgende vergadering, waarin de beraadslagingen kunnen worden heropend.
5. Indien de stemmen staken in een voltallige vergadering of in een ingevolge het vierde lid opnieuw belegde vergadering, is het voorstel niet aangenomen.
6. Onder een voltallige vergadering wordt verstaan een vergadering waarin alle leden waaruit de raad bestaat, voor zover zij zich niet van deelneming aan de stemming moesten onthouden, een stem hebben uitgebracht.
Hoofdstuk VI › Paragraaf 1
Artikel 48
Stemming
Onderdeel van Reglement van orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad van de gemeente Westland 2013