Naar hoofdinhoud
1.. Ieder ter vergadering aanwezig lid heeft het recht naar aanleiding van het in behandeling zijnde onderwerp schriftelijk moties in te dienen bij de voorzitter. 2.. De tekst van een motie wordt door de indiener voorgelezen. 3.. De behandeling van en de besluitvorming over een motie heeft plaats tegelijk met de beraadslaging en de besluitvorming over het in behandeling zijnde onderwerp, tenzij de vergadering anders beslist. 4.. De indiener van een motie kan deze intrekken voordat de besluitvorming door de vergadering heeft plaatsgevonden. 5.. De stemming over een motie kan worden aangehouden; heeft de stemming niet plaatsgevonden in één van de drie eerstvolgende vergaderingen van de raad na het besluit tot aanhouden, dan wordt de motie geacht te zijn vervallen. De raad kan anders besluiten. 6.. Een motie die op zichzelf staat, in de zin dat de motie niet kan worden betrokken bij een op de voorlopige agenda geplaatst onderwerp of voorstel, wordt voor de vergadering door tussenkomst van de griffier ingediend bij de voorzitter en wordt geagendeerd als laatste agendapunt voor de sluiting, tenzij de raad anders beslist.

Rechtspraak bij dit artikel