Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 3.

Artikel 10.

Instandhoudingbepaling

Onderdeel van Erfgoedverordening Montferland 2012

1.Het is verboden een gemeentelijk monument, als bedoeld in artikel 1, onder a, sub 1, te beschadigen of te vernielen. 2.Het is verboden zonder vergunning van het bevoegd gezag of in strijd met de bij zodanige vergunning gestelde voorschriften: a.een gemeentelijk monument, als bedoeld in artikel 1, onder a, sub 1, te slopen, te verstoren, te verplaatsen of in enig opzicht te wijzigen; b.een gemeentelijk monument, als bedoeld in artikel 1, onder a, sub 1, te herstellen, te gebruiken of te laten gebruiken op een wijze waardoor het wordt ontsierd of in gevaar gebracht; zoals gesteld in artikel 2.2, lid 1 sub b van de Wabo. 3.Het verbod en de vergunningplicht, als bedoeld in het tweede lid, gelden niet in het geval er sprake is van: gewoon onderhoud, voor zover detaillering, profilering, vormgeving, materiaalsoort en kleur niet wijzigen, en bij een tuin, park of andere aanleg, de aanleg niet wijzigt; een activiteit die uitsluitend leidt tot inpandige veranderingen van een onderdeel van het monument dat uit het oogpunt van monumentenzorg geen waarde heeft; verdere activiteiten zoals genoemd in Bijlage 2, Hoofdstuk IIIa, artikel 4a van het Besluit omgevingsrecht (Bor). Het bevoegd gezag verleent, met betrekking tot een gemeentelijk monument met een religieuze bestemming, geen vergunning als bedoeld in het tweede lid, dan in overeenstemming met de eigenaar indien en voor zover het een vergunning betreft, waarbij wezenlijke belangen van de godsdienstuitoefening in het gemeentelijk monument in het geding zijn. Lid 3 is daarbij van overeenkomstige toepassing.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel