1.De gemeenteraad stelt ter bescherming van een gemeentelijk stads- of
dorpsgezicht een
bestemmingsplan vast als bedoeld in de Wet ruimtelijke ordening.
2.Bij het voorstel tot aanwijzing van een beschermd stads- of
dorpsgezicht wordt door het
college bepaald in hoeverre geldende bestemmingsplannen als beschermend
plan in de zin
van lid 1 kan worden aangemerkt.
3.Voordat het college de gemeenteraad een voorstel doet voor
vaststelling van een
bestemmingsplan in de zin van lid 1 vraagt het college advies aan
de
monumentencommissie.