1.Indien en voor zover blijkt dat een belanghebbende schade lijdt of zal
lijden, die
redelijkerwijze niet of niet geheel tot zijn last behoort te blijven,
kent het bevoegd gezag
hem op zijn aanvraag een naar billijkheid te bepalen schadevergoeding
toe, indien de
schade in relatie staat tot:
a.de weigering van het college een vergunning als bedoeld in de
artikelen 10 en 11te
verlenen;
b.de voorschriften door het college verbonden aan een vergunning als
bedoeld in de
artikelen 10 en 11;
de door het college nader te stellen regels als bedoeld in
artikel 10, derde lid;
de door het college nader te stellen regels als bedoeld in
artikel 21, tweede lid,
onder d;
e.een aanwijzing als bedoeld in artikel 22, tweede lid, tweede
volzin.