Naar hoofdinhoud
Alle begrippen die in deze verordening worden gebruikt en die niet nader worden omschreven hebben dezelfde betekenis als in de Wet werk en bijstand en de Algemene wet bestuursrecht. In deze verordening wordt verstaan onder: het college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Oosterhout; de wet: de Wet werk en bijstand; bijstandsnorm: de voor belanghebbende van toepassing zijnde norm genoemd in artikel 21 van de Wet werk en bijstand. Voor de alleenstaande en de alleenstaande ouder vermeerderd met de maximale toeslag genoemd in artikel 25 van de wet; peildatum: de datum waartegen langdurigheidstoeslag wordt aangevraagd, voor zover deze dag niet ligt voor de dag waarop de belanghebbende zich heeft gemeld om langdurigheidstoeslag aan te vragen; referteperiode: een periode van 36 maanden voorafgaand aan de peildatum; inkomen: inkomen als genoemd in artikel 32, lid 1, onderdeel a van de wet, in afwijking hiervan wordt een bijstandsuitkering voor de beoordeling van het recht op langdurigheidstoeslag gezien als inkomen; langdurigheidstoeslag: de toeslag zoals bedoeld in artikel 36 van de wet. vermogen: vermogen als bedoeld in artikel 34 van de wet; WTOS: Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten; WSF 2000: Wet studiefinanciering 2000.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel