Naar hoofdinhoud
De langdurigheidstoeslag bedraagt naar boven afgerond op hele euro’s: voor gehuwden: 38% van de norm als genoemd in artikel 21 onderdeel c van de wet; voor alleenstaande ouders: 90% van het bedrag genoemd onder a; voor alleenstaanden: 70% van het bedrag genoemd onder a. In afwijking van het voorgaande lid bedraagt de langdurigheidstoeslag voor personen die in een inrichting verblijven 50% van het van toepassing zijnde bedrag als bedoeld in lid 1. De hoogte van de langdurigheidstoeslag wordt afgeleid van de op 1 januari van het betreffende jaar geldende bijstandsnorm. Voor de hoogte van de langdurigheidstoeslag is de peildatum bepalend. In afwijking van artikel 2, lid 1 onderdeel a, kan de persoon met een inkomen dat op jaarbasis niet hoger is dan twaalf maal 101% van de voor hem geldende bijstandsnorm per maand vermeerderd met tweemaal de toeslag als genoemd in lid 1 voor een gedeeltelijke toeslag in aanmerking komen. De hoogte van de gedeeltelijke toeslag voor de persoon als genoemd in lid 5 is het bedrag van de toeslag als genoemd in lid 1 verminderd met de helft van het bedrag waarmee het inkomen op jaarbasis de toepasselijke 101% van de bijstandsnorm overschrijdt.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel