Op inspraak is de procedure van afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing.
Het bestuursorgaan kan voor een of meer beleidsvoornemens een andere inspraakprocedure vaststellen.
Ter uitwerking van het bepaalde in het tweede lid, geldt voor procedures op grond van artikel 19 van de Wet op de Ruimtelijke Ordening, dat belanghebbenden gedurende twee weken na terinzagelegging en bekendmaking hun zienswijze naar voren kunnen brengen.