**1..** De raad benoemt twee leden van de rekenkamercommissie uit zijn midden
en/of uit commissieleden (burgerraadsleden) en twee externen.
**2..** De rekenkamercommissie bepaalt zelf een schema waarin nader is geregeld
op welk moment een lid van de commissie terugtreedt. Zij brengt dit
schema ter kennisneming van de raad.
Voor de commissieleden geldt als uitgangspunt de zittingsduur
van de raad. Voor de externe leden van de commissie geldt dat de
zittingsduur eenmaal met vier jaren verlengd kan worden.
Bij tussentijds, d.w.z. tijdens een lopende raadsperiode
aantreden, geldt het restant van de zittingsduur van de raad.
Voor externe leden van de commissie geldt dan dat de
zittingsduur eenmaal verlengd kan worden met vier jaren, én nog
eenmaal verlengd kan worden met een periode die de totale
zittingsduur op acht jaren brengt.
**3..** In afwijking van het tweede lid duurt de zittingsduur van de leden van
de rekenkamercommissie voort na de dag van de stemming voor de leden van
de raad tot op de dag dat de raad in zijn nieuwe samenstelling de leden
van de rekenkamercommissie heeft benoemd.
**4..** De rekenkamercommissie benoemt de voorzitter uit de externe leden van de
rekenkamercommissie. De voorzitter draagt zorg voor het tijdig en
periodiek bijeenroepen van de commissie, het leiden van de
vergaderingen, het bewaken van de uitgangspunten en werkwijze en het
bevorderen van een zorgvuldige besluitvorming. De voorzitter voert
hiertoe regelmatig overleg met de onderzoekers en met het secretariaat.
Bij ontstentenis van de voorzitter treedt het andere externe lid op als
voorzitter.
**5..** Voorafgaand aan de benoeming van de voorzitter en de overige leden van
de rekenkamercommissie pleegt de raad overleg met de
rekenkamercommissie.