Naar hoofdinhoud

Artikel 3

Benoeming leden

Onderdeel van Verordening op de rekenkamercommissie Gemert-Bakel 2011

1.. De raad benoemt twee leden van de rekenkamercommissie uit zijn midden en/of uit commissieleden (burgerraadsleden) en twee externen. 2.. De rekenkamercommissie bepaalt zelf een schema waarin nader is geregeld op welk moment een lid van de commissie terugtreedt. Zij brengt dit schema ter kennisneming van de raad. Voor de commissieleden geldt als uitgangspunt de zittingsduur van de raad. Voor de externe leden van de commissie geldt dat de zittingsduur eenmaal met vier jaren verlengd kan worden. Bij tussentijds, d.w.z. tijdens een lopende raadsperiode aantreden, geldt het restant van de zittingsduur van de raad. Voor externe leden van de commissie geldt dan dat de zittingsduur eenmaal verlengd kan worden met vier jaren, én nog eenmaal verlengd kan worden met een periode die de totale zittingsduur op acht jaren brengt. 3.. In afwijking van het tweede lid duurt de zittingsduur van de leden van de rekenkamercommissie voort na de dag van de stemming voor de leden van de raad tot op de dag dat de raad in zijn nieuwe samenstelling de leden van de rekenkamercommissie heeft benoemd. 4.. De rekenkamercommissie benoemt de voorzitter uit de externe leden van de rekenkamercommissie. De voorzitter draagt zorg voor het tijdig en periodiek bijeenroepen van de commissie, het leiden van de vergaderingen, het bewaken van de uitgangspunten en werkwijze en het bevorderen van een zorgvuldige besluitvorming. De voorzitter voert hiertoe regelmatig overleg met de onderzoekers en met het secretariaat. Bij ontstentenis van de voorzitter treedt het andere externe lid op als voorzitter. 5.. Voorafgaand aan de benoeming van de voorzitter en de overige leden van de rekenkamercommissie pleegt de raad overleg met de rekenkamercommissie.

Rechtspraak bij dit artikel