Naar hoofdinhoud

Artikel 3

Artikel 3

Onderdeel van Aanwijzingsbesluit betaald parkeren Etten-Leur 2013

Onder verwijzing naar artikel 8 van de Verordening parkeerbelastingen 2013 wordt als de wijze waarop moet worden betaald alvorens op de in artikel 1 bedoelde weggedeelten en terreinen mag worden geparkeerd vastgesteld: Terstond bij de aanvang van het parkeren dient de verschuldigde parkeerbelasting te worden voldaan door het in werking stellen van de daartoe aanwezige parkeerapparatuur op de wijze als aangegeven op de parkeerapparatuur; Het in werking stellen van de daartoe aanwezige parkeerapparatuur geschiedt door het inwerpen van muntstukken van € 0,10, € 0,20, € 0,50, € 1,00 of € 2,00; Er dienen ten minste zoveel muntstukken in de parkeerapparatuur te worden geworpen als nodig zijn om de gewenste parkeerduur te kunnen parkeren; Indien bij het betaald parkeren gebruik wordt gemaakt van parkeerapparatuur welke na het inwerpen van muntstukken een parkeerkaartje afgeeft, dient dit parkeerkaartje met de tijdsaanduiding aan de bovenzijde goed zichtbaar op een van buitenaf duidelijk leesbare plaats achter de voorruit van het motorvoertuig te worden aangebracht; De maximale parkeerduur, welke geldt voor de betreffende parkeerapparatuur, dient in acht te worden genomen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel