Het college biedt uiterlijk 1 juni van het begrotingsjaar een nota aan over de kaders voor het volgende begrotingsjaar en de drie opvolgende jaren. In deze nota worden de bevindingen betrokken uit de rapportage van de begrotingsuitvoering bedoeld in artikel 7 en de jaarstukken bedoeld in artikel 8.
Bij vaststelling door de raad van de begroting inclusief het investeringsplan wordt er van uitgegaan dat de betreffende kredietvoteringen in de loop van het jaar elk afzonderlijk in het college terugkomen.
De raad stelt deze nota uiterlijk 1 juli vast.
Titel 1. › Paragraaf
Artikel 4.