Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 10.

Draagkracht

Onderdeel van Beleidsregels Bijzondere Bijstand Wet Werk en Bijstand 2013

1.. Voor de vaststelling van de bruto draagkracht worden in aanmerking genomen de middelen zoals bedoeld in hoofdstuk 3 van de wet. 2.. De bruto draagkracht in het inkomen wordt berekend door de totale middelen, bepaald op jaarbasis en teruggerekend naar een netto maandbedrag, te verminderen met de op de aanvrager van toepassing zijnde maandelijkse bijstandsuitkering. 3.. De bruto draagkracht wordt bepaald over het draagkrachtjaar, te weten de periode van 1 jaar, te beginnen op de eerste dag van de kalendermaand waarin de aanvraag wordt ingediend. Op grond van bijzondere omstandigheden kan gemotiveerd worden afgeweken van deze draagkrachtperiode. 4.. Voor de bepaling van de bruto draagkracht worden niet meegerekend: het bedrag van de ten laste van betrokkenen blijvende premies van vrijwillige verzekering tegen ziektekosten, verminderd met het bedrag van de nominale premie die betrokkene verschuldigd zou zijn bij ziekenfondsverzekering; het bedrag van vakantietoeslag behorende bij de toepasselijke bijstandsnorm indien door betrokkene geen vakantietoeslag wordt ontvangen; de kosten van ten laste van betrokkene blijvende buitengewone lasten; het niet als vermogen in aanmerking te nemen bedrag, zoals bedoeld in artikel 34 lid 2 sub a en d van de wet. 1,5 maal de van toepassing zijnde bijstandsnorm. 5.. Bijzondere bijstand wordt in beginsel voor onbepaalde tijd toegekend, tenzij uit de aard van de kosten blijkt dat bijzondere bijstand voor bepaalde tijd moet worden toegekend.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel