**1..** Bijzondere bijstand voor algemeen noodzakelijke bestaanskosten van buiten het gezin (=zelfstandig) wonende jongeren van 18 tot 21 jaar wordt verleend als en voor zover:
de noodzakelijke kosten van bestaan uitgaan boven de toepasselijke bijstandsnorm ex art. 20 WWB; en
in de hogere bestaanskosten niet kan worden voorzien door het delen van deze kosten met (een) ander(en); en
voor de kosten geen beroep kan worden gedaan op de ouders.
**2..** De hoogte van de bijzondere bijstand voor de algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan wordt zoveel mogelijk op de individuele omstandigheden afgestemd maar is maximaal gelijk aan het verschil tussen de van toepassing zijnde normering van artikel 20 WWB en de overeenkomstige normering van artikel 21 WWB.
**3..** Voor alleenstaande ouders tussen de 18 en 21 jaar is in afwijking en aanvulling op het onder lid 2 bepaalde eveneens het gemeentelijke toeslagenbeleid van overeenkomstige toepassing. De hoogte van de toeslag is daarbij afhankelijk van de woonsituatie van de alleenstaande ouder. De op basis van dit artikel toe te kennen toeslag wordt, evenals de onder lid 2 bedoelde uitkering, verstrekt als bijzondere bijstand.
Hoofdstuk 3
Artikel 13.
Jongeren tussen de 18 en 21 jaar
Onderdeel van Beleidsregels Bijzondere Bijstand Wet Werk en Bijstand 2013