Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 7.

Verantwoordelijkheid tot voldoening uit eigen middelen

Onderdeel van Beleidsregels Bijzondere Bijstand Wet Werk en Bijstand 2013

1.. Bij de verlening van bijzondere bijstand wordt geen toepassing gegeven aan de mogelijkheid van artikel 35 lid 2 WWB om op de toe te kennen bijzondere bijstand een drempelbedrag in mindering te brengen. 2.. Bij het vaststellen van het aan de aanvrager ter beschikking staande vermogen wordt 1,5 maal de van toepassing zijnde bijstandsnorm vrijgelaten. Het meerdere dient de aanvrager aan te wenden voor de kosten waarvoor bijzondere bijstand wordt aangevraagd. 3.. Wanneer het vermogen is gebonden in de vorm van een voor eigen bewoning bestemde eigen woning, wordt het vermogen eerst, volgens de regels van de krediethypotheek, in aanmerking genomen wanneer de aan de aanvrager te verstrekken bijzondere bijstand op draagkrachtjaarbasis meer bedraagt dan de voor de aanvrager geldende bijstandsuitkering op maandbasis. Wanneer de op draagkrachtjaarbasis te verstrekken bijzondere bijstand beneden de voor aanvrager op maandbasis geldende bijstandsuitkering blijft, wordt het in de eigen woning gebonden vermogen niet in aanmerking genomen. 4.. Draagkracht is het gedeelte van het inkomen en vermogen dat de aanvrager bij een aanvraag voor bijzondere bijstand zelf moet inzetten. Als het inkomen op bijstandsniveau ligt, is er geen draagkracht aanwezig in het inkomen. Wanneer het inkomen de bijstandsnorm overstijgt, moet dat meerdere inkomen geheel of gedeeltelijk ter delging van de noodzakelijke kosten worden ingezet. 5.. Onder bruto draagkracht wordt verstaan het absolute bedrag dat door de aanvrager ingevolge deze beleidsregels zou moeten kunnen worden ingezet voor de bekostiging van de noodzakelijke kosten. Onder netto draagkracht wordt verstaan de door de aanvrager te dragen kosten, nadat op de bruto draagkracht het toepasselijke draagkrachtpercentage is toegepast.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel