Lid 1.
Het dagelijks bestuur kan een besluit, genomen op grond van deze
verordening, geheel of gedeeltelijk intrekken indien:
niet of niet meer wordt voldaan aan de voorwaarden gesteld
bij het besluit tot verlening;
beschikt is op grond van gegevens waarvan gebleken is dat
die gegevens zodanig onjuist waren dat; waren de juiste
gegevens bekend geweest, een andere beslissing zou zijn
genomen, terwijl de belanghebbende wist of redelijkerwijs
had kunnen weten dat bedoelde gegevens onjuist waren;
achteraf blijkt dat een aanspraak op grond van een andere
(wettelijke) regeling ten gelden wordt of kan worden
gemaakt;
achteraf blijkt van een structureel niet-gebruik van de
verstrekte voorziening.
Lid 2
Onverminderd de gronden voor intrekking genoemd in lid 1 en lid 4
kan het besluit tot verlening van een persoonsgebonden budget of
financiële tegemoetkoming worden ingetrokken of gewijzigd met ingang
van de dag vanaf welke de budgethouder heeft aangegeven geen prijs
meer te stellen op het budget.
Lid 3
Bij het overlijden van de budgethouder eindigt het persoonsgebonden
budget of financiële tegemoetkoming op de dag gelegen na de dag
waarop de (budget)houder is overleden.
Lid 4
Een besluit tot het verlenen van een persoonsgebonden budget of
financiële tegemoetkoming kan worden ingetrokken of gewijzigd met
ingang van de dag waarop de (budget)houder zijn verplichtingen niet
nakomt.
Lid 5
Een besluit tot het verlenen van een persoonsgebonden budget of
financiële tegemoetkoming kan worden ingetrokken of gewijzigd indien
er sprake is van gewijzigde omstandigheden
Lid 6
Een besluit tot het verlenen van een persoonsgebonden budget of
financiële tegemoetkoming kan worden ingetrokken of gewijzigd indien
blijkt dat het budget binnen zes maanden na uitbetaling niet is
aangewend voor de bekostiging van het resultaat waarvoor de
verlening heeft plaatsgevonden en er geen verschonende
omstandigheden zijn;
Lid 7
Een besluit tot het verlenen van een persoonsgebonden budget of
financiële tegemoetkoming kan worden ingetrokken of gewijzigd indien
blijkt dat het budget niet volledig of anders is besteed.
Lid 8
Een besluit tot het verlenen van een persoonsgebonden budget of
financiële tegemoetkoming kan worden ingetrokken of gewijzigd indien
blijkt dat de verantwoording niet voldoet aan de door het Dagelijks
bestuur gestelde eisen.
Lid 9
Het Dagelijks Bestuur kan over gaan tot opschorting en intrekking
van het persoonsgebonden budget indien de door het CAK opgelegde
verschuldigde eigen bijdrage niet of niet volledig door de
budgethouder wordt voldaan.
Lid 10
Het Dagelijks Bestuur kan over gaan tot stopzetting van de zorg in
natura indien de door het CAK aan de persoon met beperkingen
opgelegde eigen bijdrage niet of niet volledig wordt betaald.
Hoofdstuk
Artikel 26.
Intrekking en herziening.
Onderdeel van Verordening voorzieningen Wmo ISD Bollenstreek 2013