Lid 1.
Het eerste te bereiken resultaat ten aanzien van het voeren van
een huishouden bestaat uit het kunnen wonen in een huis dat
schoon is. Dit geldt ten aanzien van de woonkamer,
slaapvertrekken, keuken en sanitaire ruimten, zijnde elementaire
woonfuncties.
Lid 2.
Als het gaat om een schoon en leefbaar huis kan een individuele
voorziening getroffen worden voor het lichte en/of het zware
huishoudelijke werk.
Lid 3.
Als de belanghebbende een of meer huisgenoten heeft die
beschikbaar en in staat zijn werkzaamheden over te nemen in het
kader van gebruikelijke zorg, wordt deze mogelijkheid eerst
beoordeeld.
Lid 4.
Voor zover de in het vorige lid en de in artikel 5 lid 1 van de
Verordening genoemde mogelijkheden beschikbaar en bruikbaar zijn
en leiden tot het te bereiken resultaat worden ten aanzien van
die onderdelen geen individuele voorzieningen verstrekt.
Hoofdstuk 4 › Paragraaf 2:
Artikel 7.
Een schoon en leefbaar huis.
Onderdeel van Verordening voorzieningen Wmo ISD Bollenstreek 2013