Naar hoofdinhoud

Artikel 6

Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang

Onderdeel van Verordening op de heffing en invordering van retributies 2012

1.. De rechten, waarop artikel 4 van toepassing is, zijn verschuldigd bij de aanvang van het belastingjaar of, zo dit later is, bij aanvang van de belastingplicht. 2.. Indien de belastingplicht, waarop artikel 4 van toepassing is, in de loop van het jaar aanvangt, zijn de rechten, in zoverre in afwijking van artikel 3, tweede lid, verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde rechten als er in dat jaar, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven. 3.. Indien de belastingplicht, waarop artikel 4 van toepassing is, in de loop van het belastingjaar eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde rechten als er in dat jaar, na het einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven. Artikel 7 Termijnen van betaling In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de rechten worden betaald ingeval de kennisgeving als bedoeld in artikel 5, eerste lid: a.mondeling wordt gedaan, op het moment van het doen van de kennisgeving; b.schriftelijk wordt gedaan, op het moment van uitreiken van de kennisgeving, dan wel in geval van toezending daarvan, binnen dertig dagen na de dagtekening van de kennisgeving. 2.Met betrekking tot een ingevolge artikel 2, tweede lid, onderdeel c, van de Invorderingswet 1990, met een belastingaanslag gelijkgestelde beschikking inzake een bestuurlijke boete is het eerste lid van overeenkomstige toepassing, voor zover deze gelijktijdig wordt opgelegd met de vaststelling van de aanslag. 3.De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in het eerste lid gestelde termijnen. Artikel 8 Kwijtschelding Bij de invordering van retributies wordt geen kwijtschelding verleend. Artikel 9 Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met betrekking tot de heffing en de invordering van de leges. Artikel 10 Inwerkingtreding, overgangsbepaling en citeertitel 1.De “Retributieverordening 2011” van 16 december 2010 wordt ingetrokken met ingang van de in het derde lid genoemde datum van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan. 2.Deze verordening treedt in werking met ingang van de achtste dag na die van bekendmaking. 3.De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2012. 4.Deze verordening wordt aangehaald als “Retributieverordening 2012”. Aldus vastgesteld in de raadsvergadering van 22 december 2011. de griffier, de voorzitter, drs. F.A van Hooijdonk A.J. Gerritsen Tarieventabel 2013, behorende bij de “Verordening tot eerste wijziging van de verordening op de heffing en invordering van retributies 2012”. tarief 2013 tarief 2012 1. Aansluitingen op de gemeentelijke riolering 1.1 Het recht bedraagt voor: 1.1.1 Het aansluiten op de gemeentelijke riolering gelijktijdig met het aanleggen van het hoofdriool of in een reeds bestaande weg op een bestaand riool: Kostprijs Kostprijs vermeerderd met € 77,45 € 76,00 1.1.2 Voor het in artikel 1.1.1 genoemde geldt dat het bedrag verhoogd dient te worden met de meerkosten van het herstel en het onder-houd van de opengebroken wegverharding, waarbij er van uitgegaan dient te worden, dat ten behoeve van 1 meter riool-leiding, 0,70 vierkante meter verharding moet worden hersteld, c.q. moet worden onderhouden. 2. Aanbrengen van inritten 2.1 Het recht bedraagt voor: 2.1.1 het aanbrengen van een inrit: Kostprijs Kostprijs vermeerderd met € 69,45 € 68,10 2.1.2 het verplaatsen van lichtmasten, rioolkolken en het wegonderhoud voor inritten waarvoor geen verdere werkzaamheden hoeven te worden verricht, per inrit Kostprijs Kostprijs 3. Plaatsen van uniforme verwijsborden 3.1 Het recht bedraagt voor: 3.1.1 de plaatsing van een eenregelig verwijsbord € 195,80 € 192,00 3.1.2 de plaatsing van een tweeregelig verwijsbord € 200,00 € 196,10 3.1.3 de plaatsing van een drieregelig verwijsbord € 212,80 € 208,60 3.2 Voor het onderhoud en schoonmaken van verwijsborden wordt per jaar een bedrag berekend, bestaande uit het aantal verwijsborden vermenigvuldigd met 25% van het onder de artikel 3.1.1, 3.1.2 of 3.1.3 genoemde bedrag. 4. Huisnummering 4.1 Het recht bedraagt voor: 4.1.1 het leveren en aanbrengen van een huisnummerbord aan een woning, per huisnummerbord € 14,55 € 14,25 Alle in deze verordening opgenomen bedragen zijn exclusief omzetbelasting, indien deze verschuldigd is.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel