Een huishouden dat voldoet aan de criteria genoemd in
het artikel 4 en dat geen gebruik kan maken van een
voorliggende voorziening, kan een urgentieverklaring
aanvragen bij burgemeester en wethouders op een daartoe
door hen vastgesteld formulier.
Een urgentieverklaring kan worden verleend indien de
aanvrager:
in een acute noodsituatie verkeert;
op grond van medische of sociale redenen
dringend woonruimte nodig heeft;
moet omzien naar een woonruimte na verblijf in
een psychiatrische instelling, een opvanghuis of
een erkende hulp- of
dienstverleningsinstelling;
woonruimte nodig heeft in verband met de sloop
of ingrijpende renovatie van de huidige woning of
bij herstructurering van het gebied waarin deze
woonruimte is gelegen;
houder is van een verblijfsvergunning, verleend
op grond van een asielverzoek, als omschreven in
artikel 8 onder a t/m e en l van de
Vreemdelingenwet 2000 en die na verlening
van de vergunning voor de eerste maal woonruimte
zoekt.
valt onder de door het Rijk aangewezen
groepen;
valt onder de door burgemeester en wethouders
aangewezen groepen van kandidaten.
Burgemeester en wethouder beslissen zo spoedig mogelijk,
doch uiterlijk binnen acht weken na de datum van
ontvangst van de aanvraag.
De beslistermijn kan eenmalig met ten hoogste vier weken
worden verlengd.
Op of bij de urgentieverklaring vermelden burgemeester
en wethouders de volgende informatie:
de naam, het adres en de woonplaats;
de geboortedatum;
het dossiernummer;
de datum van inschrijving;
het zoekprofiel;
de wijze van bemiddeling.
Deze verklaring is alleen geldig in de gemeente waar
deze is afgegeven.
In afwijking van het zesde lid zijn verklaringen voor
stadsvernieuwingsurgenten afgegeven in de gemeenten
Amstelveen, Amsterdam, Haarlemmermeer, Purmerend
Uithoorn en Zaanstad geldig in de zes genoemde
gemeenten.
De urgentieverklaring is geldig voor ten hoogste 52
weken.
Burgemeester en wethouders kunnen de geldigheidsduur van
de verklaring verlengen voor bijzondere gevallen of
bijzondere urgentiecategorieën.
Burgemeester en wethouders kunnen de urgentieverklaring
intrekken indien:
het huishouden niet meer in de omstandigheden
verkeert op basis waarvan de verklaring is
verleend;
indien de feitelijke omstandigheden niet
overeenstemmen met de beschrijving van die
omstandigheden in de Gemeentelijke
Basisadministratie;
het huishouden daarom verzoekt;
de urgentieverklaring is verleend op grond van
door het huishouden verstrekte gegevens waarvan de
aanvrager wist of redelijkerwijs moest vermoeden
dat zij onjuist of onvolledig waren;
het huishouden een aanbieding van een naar het
oordeel van burgemeester en wethouders passende
woonruimte heeft geweigerd, of
de termijn waarvoor de verklaring is verstrekt,
is verstreken.
Hoofdstuk › Afdeling › Paragraaf
Artikel 14
Urgentie
Onderdeel van Regionale Huisvestingsverordening Stadsregio Amsterdam 2013