Het bepaalde in deze afdeling is van toepassing in de
volgende gemeenten:
Amstelveen;
Amsterdam;
Beemster;
Diemen;
Landsmeer;
Oostzaan;
Ouder-Amstel;
Purmerend;
Waterland;
Wormerland;
Zeevang.
In de gemeenten genoemd in het eerste lid worden als
woonruimten als bedoeld in artikel 5 van de wet aangewezen alle
zelfstandige huurwoningen met een rekenhuur tot de
huurtoeslaggrens als bedoeld in artikel 13, eerste lid, onder a, van de Wet op de
huurtoeslag (664,66 euro prijspeil 1
januari 2012).
In afwijking van het tweede lid worden in de gemeente
Amsterdam zelfstandige huurwoningen in eigendom van een
corporatie die deelneemt aan het Convenant niet
aangewezen.
In de gemeenten Amstelveen, Amsterdam, Landsmeer,
Oostzaan, Ouder-Amstel en Purmerend worden tevens als
woonruimten als bedoeld in artikel 5 van de wet aangewezen alle
nieuwbouwkoopwoningen met een koopprijs beneden de
koopprijsgrens (163.625 euro prijspeil 1 januari 2009)
die in gebruik worden genomen door de eigenaar ervan en
die niet eerder bewoond zijn geweest.
In afwijking van het tweede en derde lid is deze
afdeling niet van toepassing op:
Onzelfstandige woonruimte en woonruimte voor
inwoning;
Woonschepen en ligplaatsen voor
woonschepen;
Woonwagens en standplaatsen voor
woonwagens;
De complexen genoemd in bijlage één behorende
bij deze verordening.
In gemeente Amsterdam is paragraaf 4 is niet van
toepassing.
Hoofdstuk › Afdeling › Paragraaf
Artikel 2
Werkingsgebied
Onderdeel van Regionale Huisvestingsverordening Stadsregio Amsterdam 2013