Burgemeester en wethouders kunnen een huisvestingsvergunning
intrekken, indien:
de vergunninghouder schriftelijk te kennen heeft gegeven
van de vergunning geen gebruik meer te willen
maken;
de vergunninghouder de in de vergunning vermelde
standplaats niet binnen de genoemde termijn in gebruik
heeft genomen;
de vergunning is verleend op grond van door de
vergunninghouder verstrekte gegevens waarvan deze wist
of redelijkerwijs kan vermoeden dat zij onjuist of
onvolledig waren.
Hoofdstuk › Afdeling › Paragraaf
Artikel 24
Intrekken vergunning
Onderdeel van Regionale Huisvestingsverordening Stadsregio Amsterdam 2013