Naar hoofdinhoud
Bij een aanvraag om een vergunning als bedoeld in artikel 3, lid 1 ingediend door een bewoner, dient aangetoond te worden dat de aanvrager is ingeschreven in het gebied waarvoor een vergunning wordt gevraagd (art. 1 onder l Parkeerverordening 2013). Tevens dient de aanvrager houder te zijn van het motorvoertuig (art. 1 onder b van de Parkeerverordening 2013). Indien sprake is van een buitenlands kenteken moet een bewijs overlegd worden waaruit blijkt dat men gerechtigd is in Nederland met een buitenlands kenteken te rijden. Indien sprake is van een lease-auto moet een verklaring van de betreffende leasemaatschappij worden overgelegd. Bij gebruik van een auto door een werknemer van een eenmanszaak dient een bewijs van inschrijving van de eenmanszaak in het handelsregister te worden overlegd óf bij een zogenaamd vrij beroep een verklaring van de werkgever. In afwijking van lid 1 wordt geen parkeervergunning verstrekt voor een kampeerauto. Burgemeester en wethouders kunnen in afwijking van lid 2 alsnog een parkeervergunning verstrekken voor een kampeerauto wanneer de bewoner aantoont dat geen gebruik wordt gemaakt van de zogenaamde vrijstellingsregeling motorrijtuigenbelasting. Voor het overige geldt voor kampeermiddelen hetgeen hierover wordt geregeld in artikel 10 en 11 van dit besluit. Het bepaalde in artikel 5.1.6 lid 1 en artikel 5.1.8 van de Algemene Plaatselijke Verordening blijft onverminderd van kracht . Een aanvraag om vergunning als bedoeld in artikel 2, lid 1, ingediend door een bedrijf, dient aangetoond te worden dat: het bedrijf is gevestigd in een gebied waarvoor het vergunningstelsel van kracht is (art. 1 onder m van de Parkeerverordening 2013); de aanvrager die houder is van het motorvoertuig (art. 1 onder d van de Parkeerverordening 2013). Indien sprake is van een buitenlands kenteken moet een bewijs overlegd worden waaruit blijkt dat men gerechtigd is in Nederland met een buitenlands kenteken te rijden. Indien sprake is van een lease-auto moet een verklaring van de betreffende leasemaatschappij worden overgelegd. Indien een werknemer zijn eigen auto gebruikt dient een verklaring van de werkgever te worden overgelegd. Een aanvraag om een straatvergunning door een bedrijf gevestigd binnen het gebied bedoeld in artikel 2, onder 1 van de parkeerverordening 2013 wordt overeenkomstig het bepaalde in artikel 6 getoetst. Burgemeester en wethouders kunnen in afwijking van het bepaalde in artikel 2, lid 2 op een daartoe strekkend verzoek van een bedrijf een extra straatvergunning verlenen waarbij de in tabel A van het aanwijzingsbesluit maximum aantal en gebruik parkeervergunningen, genoemde bovengrens en het Aanwijzingsbesluit protocol verstrekken parkeervergunningen vanaf een reservelijst in acht moet worden genomen en waarbij de aanvraag overeenkomstig het bepaalde in artikel 6 wordt getoetst. Burgemeester en wethouders kunnen in afwijking van het bepaalde in het eerste en zesde lid voor maximaal drie maanden vrijstelling verlenen van de eis om een bewijs te overleggen voor het mogen rijden met een buitenlands kenteken indien de aanvrager korter dan drie maanden in Nederland is ingeschreven.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel