1.Het college beslist binnen acht weken na ontvangst van de melding of
aanvraag als bedoeld in artikel 5, eerste lid, van deze verordening.
Betreft het een melding of aanvraag waarbij meer
grondeigenaren/beheerders zijn betrokken, dan wordt de beslissing pas
genomen als deze andere toestemmingen verkregen en overlegd zijn.
2.In afwijking van het bepaalde in het eerste lid van dit artikel, houdt
het college de beslissing aan, indien er in verband met de voorgenomen
werkzaamheden een vergunning als bedoeld in de Woningwet, de Wet
Milieubeheer, een kapvergunning of een omgevingsvergunning als bedoeld
in de ‘Wet algemene bepalingen Omgevingsrecht’ is vereist, tenzij de
beschikking op een aanvraag van genoemde vergunningen al is gegeven, en
de in artikel 6:7 Algemene wet bestuursrecht genoemde termijn is
verstreken zonder dat bezwaren zijn ingediend. Deze aanhouding eindigt
na afloop van de bezwarentermijn, tenzij er bezwaren zijn ingediend en
tevens is verzocht om een voorlopige voorziening; in dat geval eindigt
de aanhouding met ingang van de dag nadat op dat verzoek is
beslist.
3.Indien een beschikking niet binnen acht weken kan worden gegeven,
deelt het college dit aan de aanvrager mede en noemt het daarbij een
redelijke termijn waarbinnen de beschikking wel tegemoet kan worden
gezien.
4.Binnen 12 maanden na verlening van het instemmingsbesluit of van de
vergunning moeten de werkzaamheden zijn voltooid, tenzij anders is
bepaald. De geldigheidsduur kan door het college met maximaal 6 maanden
worden verlengd, na een schriftelijk met redenen omkleed verzoek.
5.Het instemmingsbesluit of de vergunning vervalt indien de netbeheerder
schriftelijk aan het college verklaart geen gebruik meer daarvan te
willen maken.
Hoofdstuk 2.
Artikel 7.
Beslistermijnen en geldigheidsduur
Onderdeel van Algemene Verordening Ondergrondse Infrastructuren van de gemeente Waalwijk 2013