**a..** Ter bewaking van de eenheid in de uitoefening van de aan het ambtelijk apparaat opgedragen taken voeren de directie en de afdelingsmanagers wekelijks gezamenlijk overleg onder de naam 'DIA'. Het voorzitterschap van het DIA rouleert tussen de directie en de afdelingsmanagers. Aan het DIA wordt een notulist toegevoegd.
**b..** Indien het te bespreken onderwerp daartoe aanleiding geeft, kunnen anderen dan de leden van het DIA op verzoek van de voorzitter aan het overleg deelnemen.
**c..** De directie stelt de agenda samen. De afdelingsmanagers kunnen, spoedeisende gevallen uitgezonderd, tot uiterlijk de vrijdag voorafgaande aan de eerstvolgende vergadering schriftelijk agendapunten inbrengen. De voorzitter bepaalt de vergaderorde.
**d..** Van het overleg wordt een besluitenlijst gemaakt. Bij de besluitenlijst wordt een wekelijks geactualiseerde actie- c.q. voortgangslijst gevoegd.
**e..** De afdelingsmanagers dragen zorg voor een spoedige overdracht van het besprokene naar de afdelingen. De besluitenlijst en daarbij behorende actie- c.q. voortgangslijst maken deel uit van het periodiek werkoverleg van de afdelingen.
**f..** Bij de uitwerking van zaken, die in het DIA zijn besproken, wordt van iedereen solidariteit en loyaliteit verwacht.
**g..** Het DIA heeft tot taak:
coördinatie van de uitvoering en advisering over het strategisch concernbeleid;
onderlinge afstemming van de stijlen van leidinggeven;
coördinatie van activiteiten tussen afdelingen onderling en in relatie tot het bestuur;
zorg voor planning, prioriteitenstelling en voortgang van de werkzaamheden;
informatie-uitwisseling van algemene (gemeenschappelijke) zaken;
zorg voor de beleidsintegratie binnen de organisatie;
bespreking en coördinatie van vergaderingen van het college;
tijdig signaleren van relevante ontwikkelingen en toetsing van signalen vanuit het bestuur op de praktische verwerking in de organisatie.
De activiteiten van het DIA zijn gericht op het tot stand brengen van:
coördinatie en zo nodig integratie van bestuurlijke en ambtelijke activiteiten en van ambtelijke activiteiten onderling, in tijd, procedure, werkverdeling, capaciteitsbesteding, kosten, kwaliteit en presentatie;
leiding geven en organiseren met het doel de juiste voorwaarden te scheppen om de effectiviteit van de organisatie in stand te houden en zo mogelijk te vergroten;
ontwikkeling van de organisatie en helder formuleren van visies en ideeën zowel ten aanzien van het beleidsproces als de sturing van de organisatie;
uitwisseling van informatie die voor meer dan één afdeling van belang is;