Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 7

Termijnen van betaling

Onderdeel van Verordening op de heffing en de invordering van onroerende-zaakbelastingen 2007

In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de aanslagen worden betaald in drie gelijke termijnen waarvan de eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en elk van de volgende termijnen telkens twee maanden later. Indien de dagtekening van de aanslag op of na 1 augustus van het kalenderjaar ­valt, wordt de derde betalingster­mijn verkort tot één ma­and; Indien de dagtekening van de aanslag op of na 1 september van het kalenderjaar valt, wordt tevens de tweede betalingstermijn verkort tot één maand. In afwijking van het eerste lid geldt, zolang de verschuldigde bedragen door middel van automatische betalingsincasso kunnen worden afgeschre­ven, dat de aanslagen moeten worden betaald in acht gelijke termijnen. De eerste termijn vervalt één maand na de dagtekening van het aanslag­biljet en elk van de volgende termijnen telkens een maand later. In afwijking van het derde lid geldt dat ingeval de dagtekening van de aanslag valt op of na 1 juli van het kalenderjaar, wordt het aantal incasso termijnen bepaald op het aantal nog resterende ­volle ka­lender­maanden van het kalenderjaar plus twee. De Algemene Termijnenwet is niet van toepassing op de in het eerste lid gestelde termijnen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel