**1..** Na de opening van de vergadering kunnen ook anderen dan de leden van de commissie, burgemeester en wethouders gebruik maken van het spreekrecht:
in een informatieve vergadering, zoals bedoeld in artikel 3 lid 2
sub a, gedurende de gehele vergadering
in een oordeelsvormende vergadering, zoals bedoeld in artikel 3
lid 2 sub b, aan het begin van de vergadering, gedurende maximaal tien minuten, waarbij elke inspreker maximaal twee minuten het woord krijgt, mits het onderwerp van de vergadering niet eerder voor de oordeelsvormende vergadering is voorbereid in een informatieve vergadering; de voorzitter kan in bijzondere gevallen afwijken van de maximale lengte van de spreektijd
**2..** Het woord kan niet gevoerd worden over:
een besluit van het gemeentebestuur waartegen bezwaar en beroep openstaat of heeft opengestaan;
benoemingen, keuzen, voordrachten of aanbevelingen van personen;
een gedraging waarover een klacht ex artikel 9:1 van de Algemene wet bestuursrecht kan of kon worden ingediend; tenzij de commissie anders beslist.
**3..** Degene, die van het spreekrecht gebruik wil maken, meldt dit aan de voorzitter van de raadscommissie. Hij vermeldt daarbij ten minste zijn naam en adres.
**4..** De inspreker voert het woord, nadat de voorzitter hem dit heeft verleend. De inspreker richt zich tot de voorzitter, vanaf een door de voorzitter aangewezen plaats. De raadscommissie kan aan de insprekers nadere toelichting vragen op hun inbreng.
Hoofdstuk 4
Artikel 17
Spreekrecht burgers
Onderdeel van Verordening regelende de taken, de samenstelling en de werkwijze van de raadscommissie