Onmiddellijk na de opening spreekt de voorzitter of één der raadsleden het volgende gebed uit:
Almachtige en barmhartige God, Schepper van hemel en aarde, aan het begin van deze raadsvergadering vragen wij U, die ons geroepen hebt tot het bestuur van deze gemeente, om Uw zegen over ons werk.
Schenk ons wijsheid en bedachtzaamheid om de belangen van onze gemeente en haar inwoners te dienen.
In het besef van onze afhankelijkheid van U vragen wij U dit om Christus’ wil. Amen.
Voordat hij de vergadering sluit, spreekt de voorzitter of één van de raadsleden het volgende gebed uit:
Genadige God, aan het einde van deze vergadering danken wij U dat wij in vrijheid ons werk konden doen. Wij vragen U het goede te zegenen en het verkeerde te vergeven.
Wilt U ons werk vrucht doen dragen en doen strekken tot heil van onze gemeente en zie in ontferming op ons neer. Amen.
Hoofdstuk 3 › Paragraaf 2
Artikel 16
Ambtsgebed
Onderdeel van Reglement van orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van de gemeenteraad