Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk › Paragraaf 2

Artikel 2.1

Artikel 2.1

Onderdeel van Algemene Subsidieregeling 2008

Een aanvraag van een subsidie wordt ingediend tenminste dertien weken voordat met de uitvoering van de activiteiten een begin wordt gemaakt, tenzij het gemeentebestuur een andere termijn heeft aangegeven. Bij de aanvraag worden in elk geval de volgende gegevens verstrekt: een beschrijving van aard en omvang van de activiteiten en de daarmee beoogde doelstellingen; een begroting van de aan de activiteiten verbonden inkomsten en uitgaven van de aanvrager, voorzien van een toelichting; indien de aanvrager een privaatrechtelijk rechtspersoon is, haar statuten, tenzij die al bij het gemeentebestuur bekend zijn, en de laatst opgemaakte jaarrekening als bedoeld in artikel 361 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, dan wel de balans en de staat van baten en lasten en de toelichting daarop of, indien deze bescheiden ontbreken, een verslag over de financiële positie van de aanvrager op het moment van de aanvraag. Het gemeentebestuur kan ontheffing verlenen van het bepaalde in het tweede lid, onder c) en d). Het gemeentebestuur kan voorschrijven dat een schriftelijke verklaring wordt overgelegd van een accountant als bedoeld in artikel 393 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek omtrent de getrouwheid van de in het tweede lid, onder d) bedoelde bescheiden dan wel een mededeling dat van onjuistheden niet is gebleken. Indien voor dezelfde activiteiten tevens subsidie is aangevraagd bij een of meer andere bestuursorganen, doet de aanvrager daarvan mededeling in de aanvraag.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel