De subsidieontvanger voert een zodanig ingerichte administratie, dat te allen tijde de voor de vaststelling van de subsidie van belang zijnde rechten en verplichtingen alsmede de betalingen en ontvangsten kunnen worden nagegaan.
Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op de subsidieontvanger op wie de verplichting van artikel 5.6, eerste lid, rust.
De subsidieontvanger verleent aan het gemeentebestuur dan wel aan de door dit bestuur aangewezen ambtenaren of deskundigen inzage in alle boeken en bescheiden, indien dit naar het oordeel van het bestuur nodig is voor de beoordeling van de besteding van de verstrekte subsidie.