Het college verrekent het openstaande boetebedrag gedurende de eerste drie
maanden na het moment van dagtekening van het besluit tot oplegging van een
recidiveboete, in afwijking van artikel 4:93, vierde lid, van de Algemene
wet bestuursrecht, door inhouding van een bedrag ter hoogte van 30% van de
voor betrokkene geldende bijstandsnorm als bedoeld in de Wet werk en
bijstand.
Artikel 2.
De uitoefening van de bevoegdheid tot verrekening
Onderdeel van Verordening verrekening bestuurlijke boete bij recidive