**1..** Het college kan, in aanvulling op de verplichtingen die voortvloeien
uit de wet en deze verordening, aan een voorziening nadere
verplichtingen verbinden.
**2..** Het college kan een voorziening beëindigen dan wel wijzigen:
indien de persoon die aan de voorziening deelneemt zijn
verplichtingen als bedoeld in artikel 5 niet (volledig)
nakomt;
indien de persoon die van een voorziening gebruik maakt niet
meer behoort tot de doelgroep van de wet;
indien de persoon die van een voorziening gebruik maakt,
algemeen geaccepteerde arbeid aanvaardt, waarbij geen
gebruik wordt gemaakt van deze voorziening;
indien naar het oordeel van het college de voorziening
onvoldoende bijdraagt aan een snelle
arbeidsinschakeling.
**3..** Bij (uitvoerings)besluit kan het college ten aanzien van
voorzieningen nadere regels stellen. Deze regels kunnen in ieder
geval betrekking hebben op:
de voorwaarden waaronder een voorziening wordt
aangeboden;
de weigeringsgronden bij het aanbieden van
voorzieningen;
de intrekking of wijziging van de subsidieverlening of
-vaststelling;
de aanvraag van en de besluitvorming over subsidies en
premies;
de betaling van subsidies en het verlenen van
voorschotten;
overige criteria voor het aanbieden van voorzieningen en het
verstrekken van subsidies.
**4..** Personen bedoeld in artikel 1 lid 1 onder a, b, c en d kunnen in
principe aanspraak maken op de voorzieningen zoals die hieronder
worden genoemd, tenzij de doelgroep in het betreffende artikel wordt
beperkt.
**5..** Trajecten kunnen zowel worden verzorgd door het college zelf als
door externe partijen.
Paragraaf 3
Artikel 7
Algemene bepalingen over voorzieningen
Onderdeel van Re-integratieverordening Wet werk en bijstand