Deze verordening treedt in werking per datum vaststelling en werkt terug tot en met 1 juli 2012.
Tot uiterlijk 1 januari 2013 is deze verordening niet van toepassing op personen als bedoeld in artikel 78w lid 1 WWB.
De Toeslagenverordening 2012 (openbare raadsvergadering d.d. 2 april 2012, kenmerk: 2012-755/r) is, na inwerkingtreding van de Toeslagenverordening 2012-A, tot uiterlijk 1 januari 2013 uitsluitend nog van toepassing op personen als bedoeld in artikel 78w lid 1 WWB. Per 1 januari 2013 vervalt de Toeslagenverordening WWB 2012.
Van de Verordening tijdelijke regels aanscherping Wet werk en bijstand 2012 (openbare raadsvergadering d.d. 12 december 2011, kenmerk: 2011-733/r), in werking getreden met ingang van 1 januari 2012 (en ingetrokken met ingang van 1 juli 2012 (openbare raadsvergadering d.d. 2 april 2012, kenmerk: 2012-755/r) wordt artikel II Wijziging Toeslagenverordening Wet werk en bijstand 2004 met terugwerkende kracht ingetrokken met ingang van 1 januari 2012.
Deze verordening blijft van kracht na invoering van de Wet werken naar vermogen (WWnV).
Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 12 november 2012
De griffier, de voorzitter,
Algemene toelichting
De WWB kent voor de algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan een systeem van basisnormen, toeslagen en verlagingen. De normen zijn geregeld in paragraaf 2 WWB. Paragraaf 3 WWB voorziet in toeslagen en verlagingen. De som van deze drie onderdelen (normen, toeslagen en verlagingen) levert de bijstandsnorm op. Het gaat dan om de bijstandsnorm voor personen van 21 jaar tot de pensioengerechtigde leeftijd die niet in een inrichting verblijven.
De WWB kent verschillende normen voor alleenstaanden, alleenstaande ouders en gehuwden. Alleenstaanden en alleenstaande ouders komen in aanmerking voor een toeslag indien zij hogere algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan hebben dan waarin de norm voorziet, als gevolg van het niet of niet geheel kunnen delen van deze kosten met een ander. De woonsituatie is hierbij van doorslaggevende betekenis. De hoogte van de toeslag, welke wordt aangegeven in de toeslagenverordening, bedraagt maximaal 20 procent van het netto minimumloon en moet aansluiten bij het niveau van de noodzakelijke bestaanskosten. Voor een alleenstaande van 21 of 22 jaar wordt de toeslag afwijkend vastgesteld.
De WWB kent de volgende grondslagen om de norm of toeslag voor personen van 21 jaar tot de pensioengerechtigde leeftijd die niet in een inrichting verblijven te verlagen:
het kunnen delen van kosten met een ander;
de woonsituatie;
de recente beëindiging van deelname aan onderwijs of beroepsopleiding.
Voor de berekening van de bijstandsnorm geldt een vaste volgorde: eerst de norm, dan eventueel een toeslag en vervolgens de verlagingen.
In voorkomende gevallen kan een stapeling van verlagingen leiden tot een (in het individuele geval) te lage bijstandsnorm. Dit risico bestaat met name bij 21 en 22 jarigen. Het college is bevoegd om de algemene bijstand (de bijstandsnorm na aftrek van eventuele inkomsten), in afwijking van de bepalingen in deze verordening, hoger of lager vast te stellen indien de individuele omstandigheden van de belanghebbende daartoe aanleiding geven (artikel 18 WWB).
Artikelsgewijze toelichting