Naar hoofdinhoud

§ 3.2

Artikel 15

Geen of onvoldoende meewerken aan het verkrijgen of behouden van algemeen geaccepteerde arbeid

Onderdeel van Verzamelverordening WWB, IOAW, IOAZ en Bbz 2013

1.. Er wordt een maatregel opgelegd van 100% voor de duur van 1 maand in de volgende situaties: a.. het niet aanvaarden van algemeen geaccepteerde arbeid; b.. het weigeren van een passend re-integratie aanbod en/of het onvoldoende meewerken aan het opstellen van een plan van aanpak; c.. het weigeren of onvoldoende meewerken aan de diagnose en / of het arbeidsbemiddelingsprogramma bij de aanvang van de uitkering; d.. het niet naar vermogen meewerken aan het verrichten van de tegenprestatie; e.. het onvoldoende aantoonbaar trachten arbeid te vinden en te aanvaarden gedurende de wachttijd van 4 weken. 2.. Het college kan op basis van individuele omstandigheden besluiten om in afwijking van lid 1 van deze bepaling de maatregel te effectueren door gedurende 2 maanden de uitkering met 50% te verlagen. 3.. Er wordt een maatregel opgelegd van 50% voor de duur van 1 maand in de volgende situaties: a.. het niet naar vermogen trachten algemeen geaccepteerde arbeid te verkrijgen na de wachttijd van vier weken; b.. het niet naar vermogen meewerken aan een passende re-integratievoorziening; c.. het niet voldoen aan de aan de ontheffing verbonden re-integratieverplichtingen die een alleenstaande ouder heeft indien hem op grond van de WWB, IOAW en IOAZ een ontheffing van de arbeidsplicht is verleend. De ontheffing wordt dan ook ingetrokken; d.. bij andere gedragingen die de inschakeling in arbeid belemmeren. 4.. Er wordt een maatregel opgelegd van 5% voor de duur van 1 maand indien belanghebbende zich niet (tijdig) laat registreren als werkzoekende bij het UWV Werkbedrijf of het niet (tijdig) laat verlengen van deze registratie. 5.. Als er sprake is van een belanghebbende met een grote afstand tot de arbeidsmarkt wordt de helft van het in lid 3 genoemde percentage opgelegd. 6.. De duur van de maatregel als bedoeld in de leden 1 t/m 4 van dit artikel wordt verdubbeld indien er sprake is van recidive. 7.. Van het opleggen van een maatregel kan worden afgezien en worden volstaan met het geven van een schriftelijke waarschuwing, bij gedragingen zoals bedoeld in lid 4 van deze bepaling, tenzij deze gedraging plaatsvindt binnen een periode van 2 jaar te rekenen vanaf de datum waarop eerder aan belanghebbende een schriftelijke waarschuwing is gegeven.

Rechtspraak bij dit artikel