**1..** Er wordt een maatregel opgelegd van 100% voor de duur van 1 maand in de volgende situaties:
**a..** het niet aanvaarden van algemeen geaccepteerde arbeid;
**b..** het weigeren van een passend re-integratie aanbod en/of het onvoldoende meewerken aan het opstellen van een plan van aanpak;
**c..** het weigeren of onvoldoende meewerken aan de diagnose en / of het arbeidsbemiddelingsprogramma bij de aanvang van de uitkering;
**d..** het niet naar vermogen meewerken aan het verrichten van de tegenprestatie;
**e..** het onvoldoende aantoonbaar trachten arbeid te vinden en te aanvaarden gedurende de wachttijd van 4 weken.
**2..** Het college kan op basis van individuele omstandigheden besluiten om in afwijking van lid 1 van deze bepaling de maatregel te effectueren door gedurende 2 maanden de uitkering met 50% te verlagen.
**3..** Er wordt een maatregel opgelegd van 50% voor de duur van 1 maand in de volgende situaties:
**a..** het niet naar vermogen trachten algemeen geaccepteerde arbeid te verkrijgen na de wachttijd van vier weken;
**b..** het niet naar vermogen meewerken aan een passende re-integratievoorziening;
**c..** het niet voldoen aan de aan de ontheffing verbonden re-integratieverplichtingen die een alleenstaande ouder heeft indien hem op grond van de WWB, IOAW en IOAZ een ontheffing van de arbeidsplicht is verleend. De ontheffing wordt dan ook ingetrokken;
**d..** bij andere gedragingen die de inschakeling in arbeid belemmeren.
**4..** Er wordt een maatregel opgelegd van 5% voor de duur van 1 maand indien belanghebbende
zich niet (tijdig) laat registreren als werkzoekende bij het UWV Werkbedrijf of het niet (tijdig) laat verlengen van deze registratie.
**5..** Als er sprake is van een belanghebbende met een grote afstand tot de arbeidsmarkt wordt de helft van het in lid 3 genoemde percentage opgelegd.
**6..** De duur van de maatregel als bedoeld in de leden 1 t/m 4 van dit artikel wordt verdubbeld indien er sprake is van recidive.
**7..** Van het opleggen van een maatregel kan worden afgezien en worden volstaan met het geven van een schriftelijke waarschuwing, bij gedragingen zoals bedoeld in lid 4 van deze bepaling, tenzij deze gedraging plaatsvindt binnen een periode van 2 jaar te rekenen vanaf de datum waarop eerder aan belanghebbende een schriftelijke waarschuwing is gegeven.
§ 3.2
Artikel 15
Geen of onvoldoende meewerken aan het verkrijgen of behouden van algemeen geaccepteerde arbeid
Onderdeel van Verzamelverordening WWB, IOAW, IOAZ en Bbz 2013