Naar hoofdinhoud

§ 4.1

Artikel 21

Niet nakomen van de inlichtingenplicht en boete

Onderdeel van Verzamelverordening WWB, IOAW, IOAZ en Bbz 2013

1.. Bij het niet, niet tijdig of niet volledig voldoen aan de inlichtingenplicht op grond van de WWB, IOAW, IOAZ of Bbz, waardoor ten onrechte of tot een te hoog bedrag uitkering is verleend wordt er een bestuurlijke boete opgelegd ter hoogte van het benadelingsbedrag. 2.. Indien het benadelingsbedrag lager is dan de minimale boete zoals opgenomen in het boetebesluit, wordt deze minimale boete opgelegd. 3.. Indien het niet, niet tijdig, of niet behoorlijk nakomen van de inlichtingenplicht op grond van de WWB, IOAW, IOAZ of Bbz niet heeft geleid tot een benadelingbedrag dan wordt de minimale boete opgelegd zoals opgenomen in het Boetebesluit sociale zekerheidswetten 2013. 4.. Als er sprake is van een situatie zoals genoemd onder lid 3 kan het college besluiten tot het geven van een waarschuwing, tenzij er sprake is van recidive. 5.. De boete wegens schending van de inlichtingenplicht wordt niet opgelegd zolang de gedraging wordt onderzocht door het Openbaar Ministerie en blijft definitief achterwege indien ter zake strafvervolging is ingesteld en het onderzoek ter rechtszitting een aanvang heeft genomen, of het recht tot strafvervolging is vervallen ingevolge artikel 74 van het Wetboek van strafrecht.

Rechtspraak bij dit artikel